Veel omzet kan toch weinig cash opleveren
Lange betaaltermijnen, voorfinanciering en hoge vaste lasten kunnen ervoor zorgen dat omzet niet tijdig beschikbaar is om schulden te betalen.
Een betalingsachterstand betekent nog niet automatisch dat een BV failliet gaat. Maar wanneer meerdere financiële signalen tegelijk optreden, financiering opdroogt en schuldeisers druk opvoeren, kan de situatie snel veranderen. De belangrijkste vraag is daarom niet alleen “hebben we schulden?”, maar vooral: is de onderneming nog herstelbaar of schuift zij richting insolventie?
Inhoud gecontroleerd: september 2026.
Een faillissement draait uiteindelijk om het niet meer kunnen betalen van schulden. Maar in de praktijk ontstaat het risico meestal geleidelijk. Eerst worden betalingen uitgesteld, vervolgens nemen achterstanden toe, leveranciers worden voorzichtiger, financieringsruimte wordt kleiner en de onderneming verliest financiële bewegingsvrijheid.
Volgens Ondernemersplein begint een faillissement bij financiële problemen zoals te weinig geld binnenkrijgen, geen nieuwe financiering meer krijgen en rekeningen niet meer kunnen betalen. KVK wijst daarnaast op vroege signalen zoals herhaald rood staan, mislukte incasso's, betalingsachterstanden, belastinguitstel en dreigend beslag.
Niet één incidentele vertraging, maar een patroon waarbij vervaldata structureel worden doorgeschoven.
Dit kan wijzen op een gebrek aan structurele liquiditeit in plaats van alleen een tijdelijke tegenvaller.
Daardoor kan een liquiditeitsprobleem snel doorslaan naar een operationeel probleem.
Wanneer banken of financiers de terugbetalingscapaciteit onvoldoende achten, verdwijnt een belangrijke buffer.
Dan verschuift het probleem van interne cashflowdruk naar daadwerkelijke externe executiedruk.
Dat kan een teken zijn dat de onderneming onvoldoende eigen kasstroom genereert om haar verplichtingen te dragen.
De onderneming heeft een concreet en geloofwaardig herstelperspectief, maar geldstromen lopen tijdelijk niet gelijk.
Achterstanden blijven terugkomen en herstel is afhankelijk van maatregelen die nog niet zeker zijn.
De onderneming verliest betaalcapaciteit en bewegingsruimte terwijl een realistische herstelroute steeds moeilijker aantoonbaar wordt.
Een internetpagina kan signalen benoemen, maar niet betrouwbaar vaststellen in welke categorie uw BV valt. Daarvoor moeten cashflow, opeisbare schulden, debiteuren, financiering, zekerheden, belastingpositie, continuïteit en mogelijke herstelmaatregelen in samenhang worden bekeken.
Lange betaaltermijnen, voorfinanciering en hoge vaste lasten kunnen ervoor zorgen dat omzet niet tijdig beschikbaar is om schulden te betalen.
Een onderneming kan op papier winstgevend zijn en toch acute betalingsproblemen hebben.
Voorraad, debiteuren of andere activa kunnen waarde vertegenwoordigen, maar lossen een onmiddellijke betaaldruk niet vanzelf op.
Een bestuurder van een BV is niet automatisch privé aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap. Er bestaan wel uitzonderingen. Bij faillissement kan onder meer worden gekeken naar de administratie, het gevoerde bestuur en handelingen in de periode waarin de financiële problemen toenamen.
Recente rechtspraak laat ook zien dat bestuurdersaansprakelijkheid en schuldeisersbenadeling sterk afhankelijk zijn van de concrete feiten. Een transactie kort vóór faillissement is dus niet automatisch onrechtmatig, maar moet wel kunnen worden geplaatst in de financiële en zakelijke context.
Juist de combinatie van liquiditeit, opeisbare schulden, debiteuren, belastingdruk, financiering, zekerheden en continuïteit bepaalt de positie. Een verkeerde inschatting kan ertoe leiden dat te laat wordt ingegrepen of dat onnodig voor faillissement wordt gekozen terwijl herstel nog mogelijk was.
Doorstartpartner beoordeelt daarom eerst het actuele financiële beeld en bepaalt daarna welke route verder onderzocht moet worden.
Niet op gevoel, maar op basis van de actuele financiële positie en de ontwikkeling van de betalingsdruk.
We beoordelen of er nog een geloofwaardige route richting herstel, herstructurering of financiering bestaat.
Dat kan herstel, een betalingsregeling, herstructurering, gecontroleerde beëindiging, doorstart of faillissement zijn.
Nadat de rechtbank het faillissement uitspreekt, krijgt een curator het beheer over het vermogen van de failliete onderneming. De mogelijkheden om zelf nog een herstelroute te sturen worden daardoor wezenlijk anders.
De curator kijkt onder meer naar administratie, activa, schulden en relevante transacties. Juist daarom is het verstandig de financiële positie al vóór escalatie helder te hebben.
Ondernemersplein noemt onder meer betalingsafspraken, herstructureringsmogelijkheden en in bepaalde situaties een WHOA-traject als mogelijke alternatieven vóór faillissement. Welke route economisch zinvol is, hangt af van de onderneming en de beschikbare tijd.
Wanneer betalingen steeds moeilijker worden maar nog niet duidelijk is of het probleem tijdelijk of structureel is.
Liquiditeitsproblemen MKB →Wanneer de BV niet meer iedereen tegelijk kan betalen en betalingsbeslissingen risicovoller worden.
Selectieve betalingen →Wanneer de financiële situatie ook vragen oproept over de persoonlijke positie van de bestuurder.
Bestuurdersaansprakelijkheid → Gratis bestuurderscheck →Wanneer de onderneming economisch nog perspectief heeft, maar de huidige schuldenstructuur niet houdbaar is.
Herstructurering →Wanneer herstel niet vanzelfsprekend is en verschillende beëindigingsroutes moeten worden vergeleken.
BV stoppen met schulden →Wanneer faillissement dichtbij komt of al is uitgesproken en een financieel dossier moet worden opgebouwd.
Faillissementsbegeleiding →Het risico neemt toe wanneer betalingsproblemen structureel worden, schulden niet meer tijdig kunnen worden voldaan en een realistische herstelroute ontbreekt. Eén achterstallige betaling betekent op zichzelf nog geen faillissement.
Nee. Een incidenteel liquiditeitsprobleem is iets anders dan een situatie waarin de onderneming structureel niet meer aan haar opeisbare verplichtingen kan voldoen. De totale financiële context is bepalend.
Terugkerende betalingsachterstanden, mislukte incasso's, belasting- of financieringsproblemen, leveranciers die krediet beperken, dreigend beslag en structureel gebruik van privégeld zijn signalen dat nader onderzoek verstandig is.
Ja. Winst is niet hetzelfde als beschikbare liquiditeit. Een onderneming kan boekhoudkundig winst maken, maar onvoldoende cash hebben om opeisbare schulden op tijd te betalen.
Nee. Afhankelijk van levensvatbaarheid, liquiditeit, schuldenstructuur en beschikbare tijd kunnen ook betalingsafspraken, herstructurering, financiering of gecontroleerde beëindiging worden onderzocht.
Een bestuurder van een BV is niet automatisch privé aansprakelijk voor de schulden van de BV. Onder bijzondere omstandigheden kan wel bestuurdersaansprakelijkheid ontstaan. De concrete feiten en het gevoerde bestuur zijn daarbij bepalend.
Doorstartpartner beoordeelt de actuele financiële positie, de ontwikkeling van de betalingsdruk, het continuïteitsperspectief en welke oplossingsroute verder onderzocht moet worden. De concrete beoordelingsmethodiek en dossierstrategie worden op de onderneming afgestemd en niet vervangen door een algemene webpagina.
Dat omslagpunt is precies waar algemene internetinformatie ophoudt. Doorstartpartner beoordeelt de financiële werkelijkheid achter de cijfers en helpt bepalen welke route nog reëel is voordat schuldeisers, beslag of een faillissementsaanvraag de ruimte verder beperken.
2015 Doorstartpartner is een geregistreerde handelssnaam van LC Financiele Coaching